Loading...
 

Werken met motoren

Motoren kunnen op twee verschillende (elektrische) methodes bestuurd worden:

  1. Doormiddel van een standaard motor interface TDS13525 of TDS13526 (met interne pre geconfigureerde “motor functies”). Zie alle details hieronder in het hoofdstuk ‘Motor interface’.
  2. Door zelf een ‘motor functie’ aan te maken die standaard relais contacten aanstuurt. In dit geval kunnen enkel relais van de MICROS+, PICOS of van de TDS13510, TDS13512, gebruikt worden. Afhankelijk van het type aansturing, kunnen er 1, 2 of 3 relais nodig zijn. Zie alle details in hoofdstuk ‘Motor functies’.

Motor interface

Enkel van toepassing voor de TDS13525/TDS13526. Niet voor de sturing van aparte relais contacten. Zie in dit geval het volgende hoofdstuk.

Omschrijving:

De motor functies worden gebruikt voor het sturen van AC en DC motoren voor binnen- buitengebruik zoals bij elektrisch gestuurde rolluiken, zonweringen, verduisteringsgordijnen, enz. De functie kan de motor links- en rechtsdraaiend activeren en op elk moment laten stoppen. Deze paragraaf bespreekt de Motoren gestuurd via een Motor Interface (TDS13524, TDS13525, TDS13526). Voor Motoren gestuurd met twee onafhankelijke relais', zie de 'motor functie'.

Parameters

Bij de functie zelf:


TDS13526 PROSOFT

'Naam'
De naamgeving van een 'Motor' functie is opgedeeld in drie delen:
  • Ruimte: De ruimte waarin de motor zich bevindt.
  • Icon: Niet zichtbaar of Motor icoon.
  • Omschrijving: Voer hier een korte en duidelijk omschrijving voor de Motor in (aanbevolen: max. 7 karakters).
  • ‘Settings’: In deze tab kan het type motor geselecteerd worden (vb.: rolluiken, gordijnen, …) die aan de motor uitgang hangt. Door deze selectie worden sommige instellingen automatisch toegewezen. Vb.: voor een rolluik zal 0% overeenkomen met ‘UP’ en voor een gordijn is dit ‘OPEN’. Andere instellingen zijn:
  • ‘0%’: de weergavetekst voor de ‘OPEN/UP’ positie en een pijl om de richting naar deze positie aan te duiden.
  • ‘100%’: de weergavetekst voor de ‘CLOSED/DOWN’ positie en een pijl om de richting naar deze positie aan te duiden.
  • ‘Run time 0% -> 100%’: De looptijd die een motor nodig heeft om van 0% naar 100% te gaan.
  • ‘Run time 100% -> 0%’: De looptijd die een motor nodig heeft om van 100% naar 0% te gaan.
Stel de looptijd zo nauwkeurig mogelijk in. Dit zal de feedback/positie van de motor verbeteren. Wanneer de motor naar de 0% of 100% positie gaat, zal er extra tijd (ong. 20 seconden) toegevoegd worden om te garanderen dat deze de eindpositie bereikt.
De looptijden kunnen bij de TDS13526 automatisch gekalibreerd worden in ‘Diagnostics’ voor een preciezere feedback/positie.
Max. looptijd is 250s.
  • ‘Total slat time’: (enkel van toepassing bij motoren met lamellensturing. Vb.: ‘Venations blinds’) De looptijd om de lamellen te laten roteren vanaf de ‘UP’ naar de ‘DOWN’ positie.
‘Advanced’
volgende settings zijn op deze tab beschikbaar:;
  • ‘Invert motor direction’: vink deze aan om de looprichting te wisselen.
  • ‘Automatically adjust run times’: enkel van toepassing bij interfaces die ‘loopdetectie’ ondersteunen (TDS13526). Activeer deze optie om de looptijden automatisch aan te passen (door slijtage kan een motor over verloop van tijd trager beginnen te werken)
  • ‘Position indication’: selecteer of de positie getoond moet worden voor ‘alle posities’, ‘enkel 0% en 100%’ of dat de positie niet getoond moet worden.
  • ‘Pre run 0%’: enkel van toepassing indien de ‘position indication’ ingesteld staat op ‘alle posities’. Vul hier de tijd in die de motor nodig heeft om van 0% naar 1% (of van 1% naar 0%) te gaan. Vb.: als de zonnewering hoger dan de bovenkant van het raam gemonteerd zijn.
  • ‘Post run 100%’: enkel van toepassing indien de ‘position indication’ ingesteld staat op ‘alle posities’. Vul hier de tijd in die de motor nodig heeft om van 100% naar 99% (of van 100% naar 99%) te gaan. Vb.: bij rolluiken duurt het even vooraleer de latten volledig op elkaar gestapeld zijn.
  • ‘Limit standard UP/DOWN between’: enkel van toepassing indien de ‘position indication’ ingesteld staat op ‘alle posities’. Hier kan er een limit ingesteld worden voor de OPEN (of UP) en de CLOSED (of DOWN) positie. Als deze posities bereikt worden, zal de feedback veranderen naar ‘OPEN’ en ‘CLOSED’. Vb.: bij gebruik van American stores.
Opmerking: Deze UP/DOWN limieten kunnen genegeerd worden door een ‘Motor ga naar positie’ functie. Dit kan handig zijn als er ramen of dergelijke gekuist moeten worden.

Auto functie

 Let op
Het gedrag van de Auto Functie (vroeger 'Zon Functie') is veranderd vanaf PROSOFT versie 3.6.21.47.

Op deze tab kan je instellen hoe de motor te automatiseren op basis van een condition. Gebruik deze functie om de motor automatisch naar beneden te sturen wanneer aan de condictie voldaan is en wanneer de conditie niet voldaan is zal de motor weer openen.

Condition om de auto functie te actuiveren
een functie die ‘WAAR’ moet zijn om de ‘auto function’ te activeren.
Auto functie motor positie
de positie waarnaar de motor zal gaan wanneer de conditie ‘WAAR‘ is. Bij 'ONWAAR' zal de motor naar 0% gaan
Actie vertraging
standaard 5 minuten. De vertraging tussen het moment dat de conditie ‘WAAR’ is (of ‘NIET WAAR’) en het moment dat de ‘auto function’ geactiveerd moet worden (of gedeactiveerd). Gebruik deze vertraging om te vermijden dat de functie geactiveerd (of gedeactiveerd) wordt als de conditie slechts een korte tijd ‘WAAR’ (‘NIET WAAR’) is.
Minimum duurtijd
standaard 20 minuten. De minimum vertraging tussen activatie en deactivatie (of omgekeerd) van de ‘Auto function’. Gebruik deze functie om te vermijden dat deze te snel geactiveerd-gedeactiveerd wordt als de conditie te snel veranderd.
De gebruiker kan steeds de motor manueel bedienen. De auto functie zal gedeactiveerd worden wanneeer de gebruiker een actie onderneemt met de motor. De gebruiker moet expleciet de auto functie heractiveren of deze moet via een klokactie geconfigureerd zijn zodat bv. elke ochtend de functie geheractiveerd wordt. Wanneer de autofunctie is herstart de conditie zal onmiddelijk hergeëvalueerd worden en de possitie aanpassen indien nodig.
De Auto functie kan steeds actief of inactief gezet worden. Doe dit via een knop fo local mood met de actie 'Auto functie"

‘Wind Protection’
Op deze tab kunnen er instellingen gemaakt worden om de motor (van bv. buiten zonnewering) te beschermen tegen wind. Dit kan ook gebruikt worden voor regen.;
  • ‘Condition to activate the wind protection’: een functie die ‘WAAR’ moet zijn om de ‘Wind Protection’ te activeren.
  • ‘Wind protection motor position’: De positive waarnaar de motor zal gaan als de ‘Wind Protection’ ‘WAAR’ is.
  • ‘Minimum hold time’: standaard 30 min. De periode waarin de conditie ‘NIET WAAR’ moet zijn om de ‘Wind Protection’ te deactiveren.
De ‘Wind Protection’ functie wordt onmiddelijk actief wanneer de conditie ‘WAAR’ is om eventuele beschadiging te vermijden.
De gebruiker kan de motor niet bedienen als de ‘Wind Protection’ functie ‘WAAR’ is.
BELANGRIJK: stel een motor voor een opening nooit in naar de ‘OMLAAG’ of ‘GESLOTEN’ positie. Dit kan de veiligheid van personen die aanwezig zijn in de woning in het gevaar brengen (vb.: in het geval van een brand).
‘Limit switches’
in deze tab kunnen de inputs geselecteerd worden die kunnen dienen als eindeloopcontacten voor deze motor (meestal gebruikt bij garages, poorten, …).
  • Limit switch 0%’: digitaal contact voor 0%
  • Limit switch 100%’: digitaal contact voor 100%

Werking vanaf een interface:

OPMERKING: voor sommige opties zal PROSOFT de ‘0%’ en ‘100%’ vervangen door de ingevulde tekst in de ‘settings tab’ van de motor interface. Vb.: de optie ‘Go towards 0%’ zal ‘Go towards UP’ of ‘Go towards OPEN’ of … noemen.

Type 'START/STOP'

Kort
als de motor draait zal deze stoppen. Als deze in de rust positie staat, zal deze draaien in de tegenovergestelde richting als de laatste keer dat deze actief was. Als deze de vorige keer richting ‘100%’ aan het draaien was, zal deze richting de ‘0%’ draaien.
Lang
Werking identiek aan 'Kort'.

Optie ‘Go towards 0%'

Kort
Als de motor richting ‘0%’ draait, zal deze stoppen. Als de motor in de rust positie staat of richting 100% draait, zal deze richting 0% draaien.
Lang
Werking identiek aan 'Kort'.

Optie ‘Go towards 100%'

Identiek als ‘Go towards 0% maar dan in de omgekeerde richting

Optie ‘Go to position'

Kort
Afhankelijk van de geselecteerde waarde, zal deze functie de motor schakelen tussen ‘een ingestelde waarde en 0%’ of tussen ‘een ingestelde waarde en 100%’. Als de motor op de positie 0% (of 100%) staat, zal deze naar de ingestelde waarde gaan. Anders zal de motor naar 0% (of 100%) gaan (ongeacht of de motor al aan het draaien is of niet).
Lang
Werking identiek aan 'Kort'.

Optie ‘START:STOP continuous'

Kort
Niet beschikbaar onder ‘Kort’.
Lang
de motor zal draaien in de tegenovergestelde richting als de laatst uitgevoerde richting. Zolang de toets ingedrukt is zal de motor draaien. Wanneer de toets niet meer ingedrukt is, zal de motor stoppen.
Als de motor uitgang een ‘slatted type’ (vb.: Venetiaanse blinden) is, zal de motor in korte pulsen geactiveerd/gedeactiveerd worden. Zo kunnen de lamellen heel precies op de juiste hoek gepositioneerd worden.

Optie ‘Go towards 0% continuous’

Deze werking is gelijkaardig als de ‘START/STOP’ met als uitzondering dat de motor altijd zal starten richting 0%.

Optie ‘Go towards 100% continuous’

Gelijkaardig als de ‘Go towards 0% continuous’.

Optie ‘Auto function’

Kort
Schakelt de ‘Auto function’ AAN of UIT (dit zal de motor niet onmiddellijk activeren. Dit is afhankelijk van de ingestelde ‘action delay’ en de status van de ‘Auto function’).
Lang
Werking identiek aan 'Kort'.

Werking vanuit een andere functie:


Image166

Type 'Motor START/STOP'

De werking van de motor hangt af van de geselecteerde doelwaarde:

‘Start/Stop'
bij het activeren van de functie zal de motor in de tegengestelde richting draaien als zijn laatste richting. De motor stopt als de functie nier meer actief is.
'xx%'
de motor is gedurende xx% van zijn looptijd actief. De richting is de tegenovergestelde als zijn vorige draairichting.
De ‘xx%’ doelwaarde is enkel instelbaar bij een niet omkeerbare functie.
Normaal beweegt de motor bij activering van de functie omgekeerd aan de laatst gebruikte richting. Wanneer er een 'Lokale Sfeer' meerdere motoren stuurt, wordt de richting bepaald door de eerste motor. Alle volgende motoren worden in dezelfde richting gestuurd.

Type 'Motor Go to position'

De werking van de motor hangt af van de geselecteerde doelwaarde. Niet alle functies zijn beschikbaar bij alle doelwaarden.

'xx%/0%'
De motor gaat naar de xx% positie wanneer de functie actief is. Wanneer de functie niet actief is gaat deze naar de 0% positie.
'xx%/100%'
De motor gaat naar de xx% positie wanneer de functie actief is. Wanneer de functie niet actief is gaat deze naar de 100% positie.

Type ‘Set slat position’

‘Set slat position'
Enkel voor motoren met lamelsturing. Als de functie actief is, draaien de lamellen naar de ingestelde xx% positie. Als de functie niet actief is, gaan deze naar 0%.

;Indien u een Local mood maakt met een ‘Motor Go to position’ gevolgd door een ‘Set slat position’ en als deze motor bestuurd wordt door een TDS13526, zal deze eerst de eerste actie voltooien gevolgd door de volgende. In andere gevallen moet er voldoende vertraging toegevoegd worden na de eerste actie om de tweede actie uit te stellen.

Type ‘Auto function’

‘Auto function'
De werking van deze functie is hetzelfde als de ‘Auto function’ vanuit de besturing vanaf een interface.
Niet iedere functie kan uitgeschakeld worden. Raadpleeg hiervoor de beschrijving van de betreffende functie.

De Motor Functies

Niet voor TDS13525 – TDS13526. In dit geval zie hoofdstuk hierboven.

Omschrijving:

De motor functies worden gebruikt voor het sturen van AC en DC motoren zoals bij elektrisch gestuurde rolluiken, zonweringen, verduisteringsgordijnen, ... met standaard relais uitgangscontacten (PICOS, MICROS+, TDS13510, TDS13512, …). Deze paragraaf bespreekt motoren die gestuurd worden met 1 tot 3 onafhankelijke relais. Er zijn veel gelijkenissen met de sturing via een motor interface.

Parameters


Image167

'Naam', ‘Room’, ‘Icon’
gelijkaardig als voor ‘Motor interfaces’
‘Output type’
dit bepaald hoe de TELETASK relais bekabeld zijn met de aan te sturen motor. Er zijn vier types (voor verder details van de verschillende types, zie verder in dit handboek):
  • ‘2 Relais (richting en voeding)’
  • ‘2 Relais (op en neer)’
  • ‘3 Relais (op, neer en stop)’
  • ‘1 Relais (start, stop)’
‘Setting’
gelijkaardig als voor ‘Motor interfaces’ maar met als uitzondering dat lamellensturing niet beschikbaar is.
‘Advanced’
gelijkaardig als voor ‘Motor interfaces’ maar met als uitzondering dat ‘invert direction’ en ‘adjust runtimes’ niet ondersteund zijn.;
  • ‘Auto function’: gelijkaardig als voor ‘Motor interfaces’ ;
  • ‘Wind function’: gelijkaardig als voor ‘Motor interfaces’ ;
  • ‘Limit switches’ gelijkaardig als voor ‘Motor interfaces’ ;

Verschillende types van uitgangen

‘2 Relais (richting en voeding)’
deze wordt gebruikt voor de sturing van AC of DC motoren zonder interne elektrische sturing. De richting relais schakelt een externe wissel (of dubbele wissel) relais. De stroom relais schakelt de voeding aan of uit.
‘2 Relais (op en neer)’
deze wordt gebruikt bij motoren met interne elektrische sturing. Wanneer de motor omhoog (of omlaag) moet draaien wordt de ‘OP’ (of ‘NEER’) relais aangeschakeld. Wanneer de motor moet stoppen, wordt de relais uitgeschakeld.;
  • ‘3 Relais (op, neer en stop)’: deze wordt gebruikt bij motoren met interne elektrische sturing. Wanneer de motor omhoog (of omlaag) moet draaien, wordt de ‘OP’ (of ‘NEER’) relais gepulst (voor 1,5s). Wanneer de motor moet stoppen, wordt de ‘STOP’ relais gepulst.;
  • ‘1 Relais (start, stop)’: (wordt afgeraden wegens het gebrek van positie feedback) deze wordt gebruikt bij motoren met interne elektrische sturing. De relais wordt gepulst wanneer de motor moet starten of stoppen. Deze methode wordt vaak gebruikt bij motoren met externe afstandsbedieningen (garages en poorten). Deze methode laat enkel ‘start/stop’ besturing toe en het systeem weet niet in welke richting de motor zal starten.;
Voor motoren met interne elektrische sturing is de aanbevolen type ‘2 Relais (op en neer)’. Dit is de meest betrouwbare en precieze methode. Het type ‘3 Relais (op, neer en stop)’ is ook een betrouwbare methode maar minder precies (en er is een extra relais nodig). Indien mogelijk, vermijd dan de ‘1 Relais (start/stop)’. Maar deze laatste is soms de enige ondersteunde methode (bij goedkopere garages, poorten, …).

Functie werking

De werking is identiek aan de werking van de Motor, met uitzondering van de ‘set slat position’. Deze wordt bij de motorfunctie niet ondersteund.

Switch Language

Technical Handbook:

Internal documentation

TT School